Aan de buitenkant van de enkel zitten drie enkelbanden die zorgen dat de enkel stabiel is. Bij een instabiele enkel kunnen deze enkelbanden hun werk niet goed meer doen doordat ze beschadigd of uitgerekt zijn. Een kleine oneffenheid op de grond is dan al genoeg om u door de enkel te laten gaan.
Een instabiele enkel kan ontstaan na een enkelblessure, wanneer de enkelbanden niet goed genezen.
De belangrijkste klacht is het gevoel van instabiliteit: mensen met een instabiele enkel hebben vaak het gevoel alsof ze zwikken. Een scheve stoeptegel is al voldoende om door de enkel te gaan.
De diagnose wordt gesteld aan de hand van uw klachten en voorgeschiedenis en het lichamelijk onderzoek. Met een röntgenonderzoek kan onder andere een botbreuk of ernstige slijtage van de enkel worden uitgesloten.
Eerst zal geprobeerd worden zonder operatie uw klachten te verhelpen. Bij aanhoudende instabiliteitklachten kan, afhankelijk van uw leeftijd, sportactiviteiten en hoe erg de klachten zijn, worden besloten tot een operatie.